Een corpslid om in de gaten te houden
Er is een meneer B.B., die lid was (is?) van het studentencorps Vindicat uit Groningen, die we de komende vijftig jaar eens een beetje in de gaten moeten houden. Zelf zal ik het eind daarvan niet halen, jongeren moeten dan maar het stokje overnemen, als tegen die tijd internet nog bestaat. Ik weet niet wat B. studeerde, maar hij zal zich ongetwijfeld een positie in de maatschappij weten te veroveren. Of inmiddels hebben veroverd. Advocaat? Rechter? Ambtenaar? Iets in het bedrijfsleven?
Het is eigenlijk het verhaal van Liesbeth Boot, geboren in 1982. Ze was een goede studente (Kunsten, Cultuur en Media) met een druk sociaal leven in Groningen. In HP/De Tijd van deze week staat een verhaal over haar (van Bart de Koning), over hoe ze mishandeld werd door haar vriend, die ze kende van het studentencorps.
De conclusie van het stuk is dat B. vrijuit gaat door toedoen van hoofdofficier Jan Eland, die onlangs is bevorderd tot hoofdadvocaat-generaal bij het hof in Amsterdam. ‘Gestuntel', ‘knullige fouten' en ‘een merkwaardig gebrek aan vechtlust' is - volgens het artikel - de oorzaak dat verdachte B. er zonder straf vanaf kwam. Ik heb zelf soms een ietsjes gemene fantasie als het over dat Vindicat gaat, ik heb er vaker mee te maken gehad, het is bizar hoe die gasten elkaar via de ‘vrindjes' (van hun vader) de hand boven het hoofd weten te houden. In het dossier zijn daar overigens geen aanwijzingen voor.
Het gaat dus om die meneer B. Iedereen kent dat spreekwoord van de vos en zijn haren. Zal iemand die stelselmatig vrouwen mishandelt vanzelf genezen? Verandert B.? Ik geloof er niks van. Het kan een tijdje goed gaan, maar de volgende vriendin wordt ook weer in elkaar gemept. Is het voor hem te hopen dat het iemand is die geen aangifte doet (maar daar zal hij wel voor zorgen).
Een fragment uit het artikel:
"Het is 21 december 2006, rond een uur of zeven 's ochtends. Liesbeth en haar vriend B. krijgen ruzie. ‘Ik krijg een harde duw en val tegen de rand van het bed aan. Ik zeg dat hij normaal moet doen, omdat zoiets pijn doet,' zo beschrijft Liesbeth haar mishandeling later. ‘Voordat ik kan opstaan, begint hij met trappen. Met twee handen probeer ik mijn hoofd te beschermen. Ik roep dat hij moet stoppen omdat het pijn doet, maar hij zegt dat ik me niet zo moet aanstellen. Daarna houdt hij mij met één hand vast en stompt met zijn andere vuist een paar keer heel hard op mijn borstbeen. Ik snak naar adem. Later slaat hij zijn arm om mijn neus en mond en krijg ik opnieuw geen adem. Ik voel zijn greep strakker worden. ik hoor iets kraken in mijn neus, voel het ook. Iets in het midden van mijn neus wordt van rechtsonder naar linksboven geduwd, en dit gevoel wordt onmiddellijk gevolgd door iets dat naar beneden komt druipen, alsof je een gigantische loopneus hebt. Opeens laat hij mij los. Ik wil het uitgillen van de pijn, maar ik kan niet eens huilen. Ik ben in shock. Ik kijk in de spiegel en zie dat het bloed mijn neus uit gutst en mijn shirt knalrood maakt. Mijn armen en mijn lichaam zitten onder de bloeduitstortingen."
De volgende dag doet Liesbeth aangifte, maar daar gaat vanaf het begin alles fout. Nu verbaast mij dat niet, ik heb het vaker gezegd, de politie van Groningen is - voor zover ik er zaken van heb meegemaakt - met afstand het slechtst functionerende korps van Nederland, de moordenaar moet met rokend pistool op de stoep staan met een warm lijk ernaast en dan nog kijken ze eerst of ze iemand anders kunnen vinden.
Hoe dan ook, dit speelt vriend B. mooi in de kaart en hij is niet dom. Hij heeft al een strafblad op het gebied van vrouwenmishandeling en begint roddels over Liesbeth te verspreiden: ze zou aan de drugs zijn en van de trap zijn gevallen, in plaats van door hem te zijn mishandeld.
Omdat het studentenwereldje maar klein is, raken die roddels haar direct. Vrienden van B. beledigen Liesbeth als ze haar op straat of in het café tegenkomen. Uiteindelijk ontvlucht ze Groningen. Omdat B. door de blunders (of is het iets anders?) is vrijgesproken, denken veel mensen in Groningen dat Liesbeth de mishandeling uit haar duim gezogen heeft.
Wat ik zeg, zullen we die B. maar eens een tijdje in de gaten houden? Ik weet niet hoe hij heet, die naam hoeft ook niet voluit op internet, we zijn geen schandpaal, maar als B.B. weer in de fout gaat zal het vast niet onopgemerkt blijven. Zelf liet hij in een reactie weten dat de zaak zijn ‘leven behoorlijk heeft beïnvloed. Ik wil het graag achter me laten.'
Hij wel.
OVER HENDRIK JAN KORTERINK

Hendrik Jan Korterink (1955) is misdaadjournalist en schrijft voor verschillende weekbladen. Sinds 1 februari 2006 houdt hij het ‘dagboek van een misdaadjournalist' bij, waarin hij vertelt waar hij mee bezig is en achtergronden geeft bij actuele zaken. Meer info: zie http://www.misdaadjournalist.nl
Lees hier alle columns van Hendrik Jan
| Commentaar () >> |
 |
|