Je bent hier:
Home > Columns > Joyce > Peperkoekje!
Peperkoekje! | Afdrukken |

En ik noem hem ... Peperkoekje!

ZwengelEen kat heeft, hoeveel, zeven?, levens, zegt men. Kan wel kloppen, het exemplaar dat hier in huis rond baggert, buik slepend over de grond, net als ondergetekende, volgens manlief, oud kadaver noemt ‘ie ons, is inmiddels gezegend met haar 18 jaar.
"En hoe heet de kát?", vroeg mijn dierenarts destijds met een uitgestreken gelaatsexpressie toen ze naar de naam vroeg en ze dacht dat ik het over mijn achternaam had, toen ik ‘Appelmoes' antwoordde. "Dat ís de kat, dokter."
Ik ben met haar begonnen, zo in mijn eentje. En ik moet zeggen, het was goed toeven met mijn neus in haar vacht, na de zoveelste liefdeskommer, -meestal mieterde ik de notoire vreemdgangers zelf uiteindelijk via de voordeur, recht door de achterdeur, over het balkon weer naar beneden, maar iets laten merken van mijn smart, ik beet nog liever mijn tong af-, mijn tranen plengde ik dan, in pure ontgoocheling, in poezenbeest's zachte bonte jasje. "Rwauw", sprak het slettenbakje me dan prudent toe, waarna ik weer overging tot de orde van de dag, -who's next?-.

"Kijk ‘m lopen, dat dik kadaver. En het gaat maar niet dood.", grinnikt Peer naar mijn eeuwenoude en wijze poezenziel.
Inmiddels is het creatuur stokdoof, ‘rwauw' is inmiddels ‘RWAUW, omdat het zichzelf anders niet meer hoort. Lichtelijk incontinent, -héé, ik sta óók mijn bekkenbodemspieren te rek- en strekken bij de kassa-, stik dement, -herken ik ook, al kan Huntington's disease het in mijn geval niet meer zijn-, en onmetelijk irritant. En in dát laatste meen ik mánlief dus te zien.
Want daar waar het slettenbakje momenteel bezig is aan leven numero zeven, freest mijn gemaal inmiddels doodgemoedereerd zijn zegen van negen weg.

Stortte hij niet, met pijn op zijn borst en onaangekondigd blauw, voor mijn ogen neer op de grond, -je schrikt je dus helemaal de tering, hè!-, dan stond hij wel weer met een dubbele longontsteking 12 meter hoog op een steiger, met een al even zo hoge koorts. Zo eenzelfde steiger die handiger was geweest dan het pieterige laadbakje, toen die lichtbak van 7x2m naar voren kwam gevallen en die hij nog net op tijd een duw naar rechts kon geven. Het gevaarte met een gewicht van zo'n 300 kilo stortte te pletter naar beneden. Als het kolos op het laadbakje terecht was gekomen, was het iets onfortuinlijker met hem afgelopen dan alleen het tuffen van tandjes. U bent nu vast blij dat u daar niet juist kwam gepasseerd. Ook negen levens?
In zijn garage prijkt ander dodelijk ongein. Het stinkt naar benzine en bij het aanzien van het vehikel, valt hij ter plekke in de katzwijm die ik mij zelden persoonlijk aan mocht trekken. Zijn feloranje, -oké, de kleur heeft hij mee-, KTM-motor, hij kwijlt hem nog net niet onder.
En jawel, hij kan écht wel een wheely maken! Nog ondersteboven ook, dankzij een wat wankel vrouwmens dat midden op de rotonde vertwijfeld haar stuur los liet; "Ja, nou wéét ik het niet meer hoor!". Bij longontsteking 2 kreeg hij ongenadig op zijn sodemieter van de dokter, toen ik hem met een list naar de praktijk lokte en bij longontsteking 3 namen zijn nieren een snipperweek. Longontsteking 4 is zojuist achter de rug, na (weer) een operatie aan zijn knie en de ruggenprik een beetje verkeerd was aangeprikt waardoor zijn benen in een acute vorm van Tourette schoten. Ondertussen moet ik niet zo lopen te zeiken. Er is toch helemaal niks?

Afgelopen weekend had de man een personeelsuitje: "karten, mee heul 't bedrijf."
Er was alleen één probleem; het was voor het personeel, niet voor de aanhang. -Gut, wat erg...-.
Hij werd opgehaald door een collega, kindekes uit loosjeren; ik verheugde mij zowaar op een kostelijk avondje als part-time alleenstaand. Badje, filmpje, en ondertussen teennagels in de French manicure. Kortom, het was Jósje-Avond, jolijt! En wat had ik hem verdiend.
Ik zat juist comfortabel, handdoek om mijn haar en watten tussen mijn tenen, geïnstalleerd op de bank, toen ik plotseling vaag gestommel in de tuin hoorde. Op mijn hakken liep ik naar de achterdeur. Langzaam ging de klink naar beneden... , -nee hè,zul je net zien, een of andere Roemeense onverlaat, daar heb ik nou hélemaal geen zin in-.

Maar daar stond mijn echtgenoot, met de klink in zijn hand en zijn ziel onder zijn arm. Aangereden en wel, vol in de flank op de kartbaan. Hij was er zelfs een beetje van buiten bewustzijn geweest, maar ik hoefde niet te zeiken, er was niets aan de hand. Zijn eigen flank, bont en blauw, probeerde hij de andere dag vruchteloos voor me te verbergen bij het aankleden. Dat had elkaar natuurlijk flink opgejut op die baan. Konden ze zich eindelijk een keertje Fernando Alonso wanen.

Als ik óóit weer alleen kom te staan, ik begin nog niet meer aan 'n vent, al had ‘ie een gouwe zwengel, -hoewel, in dat laatste geval.. maar dan wel vóór 6.00 AM... u weet wel, van die achterdeur en dat balkon en zo...-
En je kunt ‘m wel inruilen, maar je krijgt er gewoon hetzelfde weer voor terug.

Mannen....geef mij maar een peperkoek. -Weet ik tenminste waar ik van aan de schijterij raak...-

Over Joyce..... 

JoyceJoyce, bouwjaar ’68, werkte 8 jaar bij de politie als hoofdagente. Als aandachtsveld had ze Jeugd- en Zedenzaken en regelmatig werd ze daarom gedetacheerd naar de recherchepoule. Toen ze in 2000 moeder werd van dochter Tess, nam ze het drastische besluit om te stoppen met het politiewerk en zich volledig te richten op het moederschap. Toen 3 jaar later ook nog een klein mannetje, Tom, op de wereld kwam, had ze haar handen vol aan haar addergebroed. Op het moment dat het gespuis de basisschoolgerechtigde leeftijd had bereikt, ontstond bij haar ook de behoefte om zich weer verder te gaan ontplooien en de arbeidsmarkt op te zoeken. Omdat ze veel moeite had met de machocultuur bij de politie, besloot ze het roer volledig om te gooien en opnieuw naar school te gaan. Ze rondde media 2007 haar studie doktersassistente af en werkt momenteel full-time als gediplomeerd doktersassistente voor twee huisartsen. Buiten haar gezin, heeft ze nog drie andere passies, het oude huis dat ze samen met haar man in de authentieke sfeer renoveert, haar knal-oranje Fiat 500, en haar zinnige en onzinnige schrijfselen waarvan ze zelf beweert dat die haar van de afgrond van de totale idioterie heeft weerhouden, al zijn er die juist het tegenovergestelde beweren. Aan het eind van dit jaar hoop ze nu dan toch eindelijk haar boek af te ronden, een boek over de zware politiecultuur en hoe ze dat beleefd heeft.

Lees hier alle columns van Joyce

Commentaar (1) >> feed

Anja68 said: _

  Oh my god joyce, wat kun je toch vermakelijk kwatsen! Ik heb weer met een smile van oor tot oor zitten lezen. Alle kerels zijn ook hetzelfde he! En wij mogen vooral niet zeiken nee! Nah, 'hunnie' dan ook niet klagen! hahahaha
mei 17, 2010
Schrijf commentaar
quote
bold
italicize
underline
strike
url
image
quote
quote
Smiley
Smiley
Smiley
Smiley
Smiley
Smiley
Smiley
Smiley
Smiley
Smiley
Smiley
Smiley


Schrijf de volgende tekens


busy